Tem je innerlijk monster
- Erica Stroo
- 27 mei
- 9 minuten om te lezen

Er was een periode dat ik mezelf ineens kon betrappen op ijsberen door de keuken.
Niet omdat ik honger had. Niet omdat mijn maag knorde. Maar omdat er iets in mij aan stond. Zo’n onrustig gevoel in mijn lijf waar ik niet lekker bij kon. Alsof ik iets zocht, maar niet precies wist wat.
Alleen wist ik het stiekem wel.
Chocolade.
Ik trok een kastje open. Niks. Ander kastje. Ook niks. Even in de lade kijken, want soms ligt daar nog iets waarvan niemand meer weet hoe het daar gekomen is. Ook niks.
En dan werd ik geïrriteerd. Echt zo van: lekker dan. Ik wil gewoon chocolade. Waarom is er geen chocolade in huis?
Alsof dat ineens een serieus probleem was.
Ik liep nog een keer terug naar de kast. Keek opnieuw, alsof er tussen die rijst, crackers en pasta ineens spontaan een reep Tony’s zou verschijnen. En toen zag ik hem staan.
De pot Nutella.
Nou, daar ging ik.
Niet eens omdat ik zo intens genoot van die Nutella. Natuurlijk is Nutella lekker, daar hoeven we niet interessant over te doen. Maar daar ging het op dat moment niet om. Het ging niet om smaak. Het ging om dat gevoel van: ik moet nu iets.
Iets zoets. Iets zachts. Iets wat die onrust even dempt.
En heel even werkte dat ook. Heel even werd het stiller. Maar daarna kwam die andere stem.
En daarna begint het gezeik in je hoofd
Want zodra die eerste onrust een beetje gezakt was, kwam de volgende ronde.
Waarom doe je dit nou weer?Zie je wel.Je hebt ook echt geen discipline.Straks groei je dicht.Waarom kun je niet gewoon normaal doen?
En daar zat ik dan. Niet alleen met die Nutella, maar vooral met mezelf. Met frustratie. Met schaamte. Met dat rotgevoel van: hoe kan het nou dat ik dit wéér doe?
Dat is eigenlijk het meest vermoeiende stuk. Niet eens dat eten zelf, maar alles wat er daarna in je hoofd gebeurt. Eerst is er onrust. Dan ga je iets eten om die onrust te dempen. Daarna komt schuldgevoel. En dat schuldgevoel zorgt weer voor meer stress.
Meer stress zorgt weer voor meer onrust. En voor je het weet zit je in zo’n rondje waar je moeilijk uitkomt.
En dan kun je wel tegen jezelf zeggen dat je gewoon moet stoppen, maar als het zo simpel was, had je dat allang gedaan. Klaar. Punt. Dan had niemand hier last van.
Wat ik toen nog niet begreep
Wat ik toen nog niet goed begreep, is dat dit niet alleen maar ging over eten. Het ging ook niet alleen over “geen discipline hebben”, ook al was dat wel het verhaal dat ik mezelf vertelde.
Er gebeurde veel meer.
Mijn lijf stond aan. Mijn hoofd stond aan. Ik sliep minder lekker, herstelde minder goed en voelde me sneller opgejaagd. En in zo’n periode wordt die drang naar snelle energie of troost gewoon sterker.
Zeker in de fase rond je 40e, waarin je hormonen kunnen gaan schommelen, kan je lichaam anders reageren dan vroeger. Oestrogeen gaat op en neer, progesteron kan dalen en je stresssysteem kan gevoeliger worden. Daardoor kun je sneller spanning voelen, minder diep slapen, minder goed herstellen van drukte en emotioneler reageren dan je van jezelf gewend bent.
En als je lijf al moe, gespannen of overprikkeld is, ga je sneller zoeken naar iets wat direct verlichting geeft.
Dat is geen excuus om dan maar alles weg te lepelen. Maar het is wel een verklaring. En dat maakt nogal verschil.
Want als je snapt wat er gebeurt, hoef je jezelf minder hard af te branden.
Die innerlijke stem stond ineens harder
Die kritische stem was er vroeger ook al. Alleen stond het volume toen lager. Nu leek het soms alsof hij met een megafoon naast me liep.
Dit kan je echt niet maken. Je hebt geen discipline. Je begint morgen toch weer opnieuw. Straks lukt het je nooit meer. Wie denk je wel niet dat je bent?
En die stem bleef niet alleen bij eten. Hij kwam ook op dagen waarop ik wel van alles wilde doen, maar er gewoon niks uit mijn handen kwam. Mijn hoofd bleef malen. Twijfelen. Overdenken. Ik kon eindeloos nadenken over wat ik moest doen, maar ondertussen deed ik niks.
Dan zei ik tegen mezelf: stel je niet aan en ga gewoon door.
Maar diep vanbinnen begreep ik mezelf niet. Waarom voelde ik me zo onrustig? Waarom was ik zo moe? Waarom kon ik niet gewoon normaal functioneren zoals vroeger? Waarom kostte alles ineens meer moeite?
En precies dat maakt het monster sterker: het niet meer begrijpen van jezelf.
Mijn innerlijke monster heeft twee kanten
Mijn monster is niet alleen maar slecht. Dat klinkt misschien gek, maar zo voelt het wel.
Soms probeert hij me veilig te houden. Dan zegt hij: blijf maar zitten, morgen begin je wel. Doe maar niet, straks mislukt het. Hou het maar klein, dan kan er ook niks misgaan.
Op andere momenten is hij vooral irritant kritisch. Dan roept hij: zie je wel, je kunt dit niet. Straks lachen mensen je uit. Je bent niet goed genoeg. Je hebt geen discipline. Je doet maar wat.
En in fases waarin stress, vermoeidheid en hormonale schommelingen zich opstapelen, krijgt vooral die kritische versie meer ruimte. Dan lijkt alles groter. Je emoties, je twijfel, je onrust, je zelfkritiek.
Het probleem is niet dat die stem er is. Iedereen heeft wel zo’n stemmetje. Het probleem is dat je niet meer snapt waarom hij zo luid is. Dan ga je vechten tegen jezelf, terwijl je eigenlijk mag leren herkennen wat er onder zit.
Waarom vechten meestal niet werkt
Als je tegen jezelf gaat vechten, wordt het vaak alleen maar harder in je hoofd.
Je mag niet snaaien. Je moet nu normaal doen. Je moet afvallen. Je moet meer sporten. Je moet sterker zijn. Je moet stoppen met zeuren.
Maar dat soort zinnen zorgen meestal niet voor rust. Ze zetten je systeem juist verder onder druk. En als je al gespannen bent, is nóg meer druk precies wat je niet nodig hebt.
Temmen betekent daarom niet dat je je innerlijke monster moet wegduwen of voorgoed stil moet krijgen. Dat lukt toch niet. Temmen betekent dat je leert herkennen wanneer hij opduikt, waarom hij zo hard roept en wat er eigenlijk in je lijf gebeurt.
Want vaak roept dat monster het hardst op momenten waarop je moe bent, slecht hebt geslapen, te lang bent doorgegaan, te weinig hebt gegeten, te veel spanning hebt opgebouwd of jezelf al dagen voorbijloopt.
Dan is het niet alleen een kwestie van “niet snaaien”. Dan is het een signaal.
Snaaien is niet altijd falen, soms is het informatie
Dat inzicht veranderde voor mij veel.
Want als je snaaien alleen ziet als falen, krijg je schaamte. Maar als je het ziet als informatie, kun je gaan kijken naar het patroon erachter.
Wanneer gebeurt het? Op welk moment van de dag? Na welke situaties? Na welke gedachten? Na welke emoties? Na welke nachten? Na welk soort drukte?
Misschien snaai je vooral als je overprikkeld bent. Misschien als je te weinig hebt gegeten overdag. Misschien als je jezelf eindelijk toestaat om te zitten en alles ineens binnenkomt. Misschien als je boos bent, maar dat niet uitspreekt. Misschien als je moe bent en je lijf gewoon om snelle energie schreeuwt.
En nee, dat betekent niet dat je er dan maar niks aan hoeft te doen. Maar het betekent wel dat je op een andere manier gaat kijken.
Niet: wat is er mis met mij? Maar: wat probeert mijn lijf mij te vertellen?
Dat is een hele andere ingang.
Dit gaat over meer dan voeding
Natuurlijk speelt voeding een rol. Als je bloedsuiker de hele dag alle kanten op schiet, als je maaltijden weinig vulling geven of als je overdag te weinig eet, dan is het logisch dat je later op de dag meer trek krijgt.
Maar dit gaat over meer dan voeding.
Het gaat ook over stress. Over slaap. Over herstel. Over hoe jij je dag indeelt. Over hoe vaak je over je grenzen gaat. Over hoe jij tegen jezelf praat. Over hoeveel rust je jezelf gunt zonder dat je die eerst hoeft te verdienen.
En het gaat ook over hormonen. Niet als excuus, maar wel als belangrijke factor. Want als je lijf verandert, kun je niet verwachten dat alles precies blijft werken zoals vroeger.
Wat vroeger werkte, werkt nu misschien niet meer. En dat is frustrerend, zeker als je gewend bent om gewoon door te gaan en het zelf op te lossen.
Maar harder worden voor jezelf is meestal niet de oplossing. Slimmer luisteren wel.
Het moment dat je jezelf niet meer herkent
Wat veel vrouwen herkennen, is dat ze niet één klacht hebben. Het is vaak de opstapeling.
Je slaapt minder lekker. Je hoofd staat vaker aan. Je hebt minder energie. Je reageert sneller geïrriteerd. Je lijf voelt anders. Je gewicht doet moeilijker. Je hebt meer behoefte aan zoet of snelle energie. Je twijfelt meer aan jezelf. En ergens denk je: wat is er met mij aan de hand?
Dat is misschien nog wel het vervelendste. Dat je jezelf niet helemaal meer herkent.
Je wéét dat je niet lui bent. Je wéét dat je niet zwak bent. Je wéét dat je best veel aankunt. Maar toch voelt het alsof je grip kwijt bent.
En dan komt dat innerlijke monster er nog even lekker bovenop met commentaar. Alsof je daar op zat te wachten.
Temmen begint met begrijpen
Je innerlijke monster temmen begint niet met strengere regels. Het begint met begrijpen.
Wat gebeurt er in je lijf? Wat gebeurt er in je hoofd? Wanneer wordt die stem harder? Wanneer ga je zoeken naar eten, afleiding of uitstelgedrag? Wanneer voel je je het meest kwetsbaar?
Als je dat gaat zien, kun je eerder ingrijpen. Niet pas na de Nutella-pot, maar al bij het ijsberen. Al bij de onrust. Al bij dat gevoel van: ik moet nu iets.
Dan kun je jezelf even stoppen en vragen: wat heb ik nu eigenlijk nodig?
Misschien is het eten. Kan. Soms heb je gewoon honger. Maar misschien is het rust. Of slaap. Of ontlading. Of een wandeling. Of een grens. Of even iemand appen. Of gewoon toegeven dat je overprikkeld bent en niet nog vijf taken hoeft af te ronden.
Dat klinkt simpel, maar daar zit precies de winst.
Waarom ik “Tem je innerlijke monster” aan het maken ben
Daarom ben ik bezig met het e-book Tem je innerlijke monster.
Niet als streng eetboek. Niet als “zo stop je voorgoed met snaaien”-belofte, want eerlijk, daar geloof ik niet zo in. Ik maak het als een praktisch en creatief doeboek waarmee je beter leert zien hoe jouw patronen werken.
Want dat monster komt meestal niet zomaar uit het niets opdagen. Er zit vaak iets onder. Stress. Vermoeidheid. Onrust. Slecht slapen. Jezelf voorbijlopen. Te lang sterk moeten zijn. Of gewoon dat gevoel dat je lijf niet meer doet wat jij wilt.
In het e-book neem ik je mee in vragen zoals:
Wanneer komt jouw monster tevoorschijn? Wat zegt hij tegen jou? Welke situaties maken hem sterker? Welke gedachten blijven terugkomen? Wat gebeurt er in je lijf voordat je automatisch iets doet?
Het wordt geen boek waarin je jezelf nog strenger moet aanpakken. Juist niet. Het wordt een doeboek waarmee je die neerwaartse spiraal beter leert herkennen. Met praktische oefeningen, schrijfprompts en creatieve opdrachten, zodat je niet alleen in je hoofd blijft hangen, maar ook echt gaat zien wat er bij jou gebeurt.
Want soms kom je niet verder door nóg meer na te denken. Soms moet je het uit je hoofd halen en zichtbaar maken.
En ja, dat mag met een beetje humor. Want dat monster is soms ook gewoon een irritant dramatisch figuur dat veel te veel zendtijd krijgt.
En soms zit het dieper
Het e-book wordt straks een mooie eerste stap als je zelf wilt beginnen met inzicht krijgen in je patronen. Maar soms voel je dat er meer speelt.
Dat het niet alleen gaat om snaaien. Dat het ook gaat om structurele vermoeidheid, stress die zich opstapelt, slecht slapen, hormonale onrust of een lijf dat niet meer lekker meewerkt.
Dan is alleen lezen soms niet genoeg. Dan is het fijn als iemand even met je meekijkt naar het geheel, zodat je niet blijft hangen in losse tips of jezelf blijft afvragen waar je nou moet beginnen.
Daarvoor is mijn Reset Analyse bedoeld. In die analyse kijk ik persoonlijk met je mee naar jouw stress, energie, slaap, voeding, gewoontes, hormonale signalen en hoe jij met jezelf omgaat. Niet streng, niet perfect, maar helder en passend bij jouw leven.
Want je lijf heeft geen strafkamp nodig. Je lijf heeft duidelijkheid nodig.
Je hoeft niet geleid te worden door dat monster
Je innerlijke monster verdwijnt waarschijnlijk niet helemaal. En eerlijk, dat hoeft ook niet. Soms is hij een waarschuwingslampje. Soms een oude beschermingsstrategie. Soms gewoon een irritante bemoeial die denkt dat hij overal iets van moet vinden.
Maar jij hoeft niet meer klakkeloos te doen wat hij roept.
Je kunt leren herkennen wanneer hij opduikt. Je kunt leren luisteren naar wat eronder zit. Je kunt leren reageren op je lijf in plaats van vechten tegen jezelf.
En dan verandert er iets.
Dan wordt snaaien niet meteen bewijs dat je faalt. Dan wordt vermoeidheid geen zwakte. Dan wordt een druk hoofd geen karakterfout. Dan wordt dat monster geen baas meer, maar een signaal dat je beter leert lezen.
En dát is waar het verschil begint.
Wil je straks zelf ontdekken wat jouw innerlijke monster steeds triggert?
Wil je weten wanneer het e-book klaar is? Stuur me gerust een berichtje met MONSTER, dan zet ik je op de interesselijst.





Opmerkingen