Water? Daar poepen vissen in.
- Erica Stroo
- 31 jan
- 3 minuten om te lezen
(en andere redenen waarom ik geen cola of wijntje neem)

“Water?
Daar poepen vissen in.”
Ik weet niet hoe vaak ik dat grapje inmiddels heb gehoord. Of: “Neem dan gewoon een cola.” “Doe gezellig, pak een wijntje.”
Alsof water een soort straf is.
En eerlijk, ik snap ’m wel. Water is niet sexy. Het bruist niet, het voelt niet als een traktatie en niemand proost met een glas kraanwater alsof het oud & nieuw is. Cola en wijn hebben dat gezellige randje. Dat hoort bij ontspannen, bij de dag afsluiten, bij ‘nu even niks meer moeten’.
Alleen… mijn lijf denkt daar tegenwoordig net iets anders over.
Ik ben niet heilig en ik leef ook niet op komkommer en kruidenthee, maar ik heb inmiddels wel geleerd dat alles wat ik ’s avonds “gezellig” noem, de volgende dag gewoon keihard wordt terugbetaald. Eén glas wijn gaat nog. Twee en ik weet het al. Dan word ik ’s nachts wakker om drie uur, lig ik te draaien met zo’n onrustig lijf, en de volgende dag voelt mijn hoofd alsof er watten in zitten. Nul energie, kort lontje, nergens zin in.
Vroeger haalde ik mijn schouders op en dacht ik: hoort erbij. Nu denk ik vooral: waarom zou ik mezelf dit nog aandoen?
Wat ik steeds meer zie, bij mezelf maar ook bij andere vrouwen, is dat we van alles normaal zijn gaan vinden. Moe zijn is normaal. Slecht slapen is normaal. Hoofdpijn is normaal. Een opgeblazen buik, cravings, brain fog, ook allemaal “gewoon drukte”. En dan gooien we er ’s avonds nog een drankje bovenop, omdat het gezellig is.
Terwijl je lijf eigenlijk al de hele dag staat te zwaaien met: hallo, ik trek dit niet zo lekker meer.
En dat vind ik ergens wel grappig. We zoeken het vaak in ingewikkelde dingen, supplementen, poedertjes, weer een nieuw dieet, terwijl de basis soms zo simpel is dat het bijna saai voelt.
Water bijvoorbeeld. Niet spannend, wel goud.
Sinds ik echt genoeg drink en dan bedoel ik niet drie slokjes tussendoor maar gewoon serieus hydratatie merk ik zóveel verschil. Mijn hoofd is helderder, ik snack minder, mijn energie blijft stabieler en mijn lijf voelt rustiger. Minder dat gejaagde, minder dat opgefokte systeem. Zeker nu, in deze fase waarin hormonen toch al hun eigen plan trekken, helpt alles wat verzacht in plaats van extra prikkelt.
Alcohol droogt uit. Suiker laat je pieken en daarna instorten. Cafeïne jaagt je op.
Water doet… niks bijzonders. En precies dat is het fijne. Het brengt je systeem gewoon terug naar neutraal.
Rust.
En blijkbaar had ik dat meer nodig dan ik dacht.
Dus ja, soms zit ik op een terras met een groot glas water terwijl de rest aan de wijn zit. Dan krijg ik weer zo’n blik van: ach toe, leef een beetje. Maar voor mij ís dit leven. Me goed voelen. De volgende ochtend wakker worden zonder mist in mijn hoofd. Energie hebben om te werken, te wandelen, te lachen, iets leuks te doen met mijn gezin.
Niet half brak op de bank hangen en denken: dit was het ook weer niet waard.
En precies daar haakt het ook aan op wat ik met mijn vrouwen doe in mijn 12-weekse traject. We beginnen niet met rigoureus alles omgooien. Geen detox-gedoe of perfect-plaatje-leven. We beginnen bij de basis. Drinken. Slapen. Ademruimte. Je lijf weer leren aanvoelen. Kleine dingen die stom simpel lijken, maar die uiteindelijk het grootste verschil maken.
Want als je energie terugkomt, wordt alles lichter. Dan heb je ineens wél zin om te bewegen. Dan verdwijnen die constante cravings. Dan voelt je hoofd minder vol. Niet omdat je jezelf forceert, maar omdat je systeem eindelijk een beetje meewerkt.
En soms begint dat dus gewoon met een glas water.
Ja, met vissen. 😉
En eerlijk? Ik voel me daar verrassend goed bij.





Opmerkingen